To “eed” or not to “eed”

Posted on

Misschien hebt u recent als beëdigd tolk op de rechtbank niet enkel vóór, maar ook na uw tolkprestatie een eed moeten afleggen…

In principe moeten beëdigd tolken niet langer een eed afleggen wanneer ze bijvoorbeeld bij een rechtszaak in de rechtbank tolken. Ze moeten slechts één keer de eed afleggen: wanneer ze in het nationaal register ingeschreven worden.

Het nationaal register is echter nog niet operationeel. De nieuwe vereisten om in het register te worden opgenomen (taalkennis, juridische kennis, deontologie…), zijn nog niet van kracht. Als je vandaag in het register zit, dan is dat omdat je al beëdigd was vóór de invoering van dat register.

Wat gedaan? De tolk de eed op zitting doen afleggen? Of niet? Het nieuwe? Of het vroegere?

In afzonderlijke omzendbrieven raden zowel de procureur-generaal in Brussel als de procureur des konings in Antwerpen aan de vroegere eed te gebruiken (Ik zweer dat ik trouw het gezegde zal vertalen, dat moet worden overgebracht aan degenen die een verschillende taal spreken). Door een ‘fout’ in de wetgeving, wordt bovendien aangeraden om op het einde van de tolkprestatie opnieuw een eed te doen afleggen (“Ik zweer dat ik mijn opdracht nauwgezet en eerlijk vervuld heb”).

Zodra de overgangsperiode van het nationaal register afgelopen is en de beëdigd tolken in het register beantwoorden aan de nieuwe eisen (taalkennis, juridische kennis, deontologie…) zullen de beëdigd tolken enkel bij hun inschrijving de eed moeten afleggen en dus niet langer bijvoorbeeld ter zitting.

Na die overgangsperiode zullen enkel de tolken die niet in het register zitten en op wie een beroep wordt gedaan bijvoorbeeld omdat er geen geregistreerde tolk voor een specifieke taal beschikbaar is, de eed nog moeten afleggen.

ONFRISSE PRAKTIJKEN

Posted on

Geregeld duiken er meldingen op dat ‘Justitie’ beëdigde vertalingen uitbesteedt aan vertaalbureaus, die ze dan op hun beurt aan al dan niet beëdigde vertalers doorgeven.

Dat is onwettig en deontologisch onaanvaardbaar. Bovendien zouden er dumpingprijzen worden toegepast.

We hebben die praktijk een jaar geleden aangeklaagd. Zonder succes, omdat we geen bewijzen hadden. Hebt u bewijzen van dergelijke praktijken?

Dan ontvangen we ze graag zodat we ze kunnen melden. (info@lextra-lingua. be)

WE ZULLEN DIE INFORMATIE MELDEN OP EEN ANONIEME MANIER.

We vermelden uw naam dus NIET.

Help ons ons beroep te beschermen.

HET NATIONALE REGISTER VOOR BEËDIGD VERTALERS/TOLKEN: EEN ANTWOORD OP AL UW VRAGEN

Posted on

Hoe kan ik me in het nationale register voor beëdigd vertalers/tolken inschrijven? Welke diplomas moet ik voorleggen? Wie heeft er toegang tot dat register? Wat is het verschil tussen het tijdelijke en het definitieve register? 
We dachten dat het nuttig was een stand van zaken op te maken. Daarom spraken we met de ambtenaar van de FOD Justitie die het register beheert. 
 Hieronder onze vragen met het antwoord van de ambtenaar van de FOD Justitie die het register beheert.

Kunnen BVT’s (beëdigd vertalers/tolken) die nog niet geregistreerd zijn, zich nog inschrijven in het nationaal register voor beëdigd vertalers/tolken?

Het huidige register is nog altijd voorlopig. Het definitieve register treedt pas in oktober in werking, maar er is een overgangsperiode van vijf jaar.  Registreren kan dus nog altijd. Wie overigens problemen ondervindt, kan bij de dienst Nationale registers voor gerechtsdeskundigen en beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken die het register beheert, terecht voor hulp. En wie er echt niet in slaagt om zich te registreren, kan naar de dienst komen om zich daar ter plaatse te registreren (zie gegevens contactpersonen in apart kader onderaan).

Wat is precies het verschil tussen het voorlopige en het definitieve register?

BVT’s die nu reeds voor Justitie werken, kunnen zich tijdens een overgangsperiode van vijf jaar accrediteren en worden voorlopig opgenomen in het ‘tijdelijk register’. Voor het tijdelijk register dienen de BVT’s competenties en bewijsstukken mee te geven die aantonen dat ze reeds in het verleden voor Justitie hebben gewerkt.
Toetreding tot het definitief register zal mogelijk zijn vanaf oktober 2017 en de voorwaarden om te kunnen toetreden tot dit register zijn strikter. Bij de registratie in het definitief register moeten de BVT’s aan de hand van bewijsstukken, certificaten aantonen dat ze de gevraagde expertise hebben en de talencombinaties beheersen.
Voor toetreding in het definitief register moeten ze volgende bewijsstukken voorleggen:

  • CV
  • Diploma
  • Bewijs van 2 jaar beroepservaring over een periode van 8 jaar
  • Uittreksel uit het strafregister
  • Bewijs van woonst in Europa
  • Bewijs van juridische kennis

Voor vertalers bijvoorbeeld moeten kandidaat-beëdigd vertalers kunnen bewijzen dat ze minstens twee jaar vertaalervaring hebben.

Hoeveel mensen hebben zich al ingeschreven?

Het register heeft 1250 aanvragen geregistreerd. Dat betekent niet dat 1250 mensen zich ingeschreven hebben. Een aanvraag is een handeling die je in het register doet. Als je je bijvoorbeeld eerst voor taal A registreert en een dag daarna voor taal B registreert, doe je twee aanvragen. Het register telt bijgevolg minder dan 1250 BVT’s. Overigens zullen we de griffies aanschrijven om de namen te vragen van BVT’s die op hun lijst staan, maar die zich nog niet geregistreerd hebben. Zij beschikken soms over namen die wij niet hebben. We willen een zo goed mogelijke dekking hebben, met andere woorden voldoende BVT’s voor de talencombinaties die we nodig hebben; en we willen vermijden dat er tolken/vertalers buiten het register gevraagd worden.

Welke diploma’s moeten kandidaat-BVT’s voorleggen om in het register opgenomen te worden?

Het KB over de opleidingen die vereist zijn om in het register opgenomen te worden, is nog niet van kracht. Bovendien is het register nog altijd voorlopig. Ik wil daarbij ook beklemtonen dat het ‘KB-opleidingen’ in vrijstellingen voorziet voor mensen met veel ervaring. Die vrijstelling geldt wel enkel voor de vereisten aangaande juridische kennis en tolkvaardigheden en niet voor de vereisten aangaande talen.

Sommige BVT’s, vooral beëdigd vertalers, werken niet voor de FOD Justitie. Ze vertalen bijvoorbeeld enkel burgerlijke documenten, geboorteaktes en dergelijke. Moeten ze in het register inschrijven?

Ja. De wettelijke bepalingen in dat verband zijn duidelijk. Niet enkel wie voor Justitie werkt, moet zich registreren. Ook tolken en vertalers die bijvoorbeeld voor de dienst Vreemdelingenzaken of ambassades werken, zijn in dat geval. Ze kunnen zich registreren in het voorlopige register. Nogmaals, de opleidingsvereisten zijn nog niet van kracht aangezien we in een overgangsperiode zitten. We proberen soepel te zijn, zonder kwaliteit in het gedrang te brengen.

Wat gebeurt er met hun handtekening, die ze bij een bepaalde rechtbank neergelegd hebben?

Die handtekening kan nog niet in het register worden vastgelegd. We overwegen dat in een volgende stap mogelijk te maken.

BVT’s moeten een gedragscode onderschrijven. Die code is echter niet afgestemd op het werk van die mensen, die vooral in burgerlijke zaken werken…

Dat klopt. De gedragscode is toegesneden op mensen die voor Justitie werken en meer bepaald in strafzaken diensten verlenen. Dat neemt niet weg dat we die gedragscode kunnen verfijnen en aanpassen. Ik denk daarbij ook aan de specifieke deontologische problematiek van BVT’s die tapvertalen/tolken.

Stel dat iemand zich vandaag wil laten beëdigen…

Er komt een aanvaardingscommissie die over de beëdigingen zal beslissen. Het KB daarover is in de maak, maar nog niet gepubliceerd of van kracht. De commissie is nog niet opgericht. We verwachten dat dat tegen oktober het geval zal zijn. De samenstelling van de commissie ligt nog niet vast. Naast magistraten, griffiers en een vertegenwoordiger van de dienst Nationaal Register, zal iemand van het terrein in de commissie zetelen, een wisselend lid. We overwegen om de beroepsorganisaties erbij te betrekken.

En ondertussen?

In afwachting van de installatie van de aanvaardingscommissie, worden de verzoeken tot beëdiging ‘on hold’ gezet. We maken wel een uitzondering voor zeldzame talen.

Bij wie moeten de vertalers en tolken van wie de beëdiging is goedgekeurd, de eed afleggen?

We hebben er lang over gediscussieerd. Er is overwogen om die taak aan een vertegenwoordiger van de minister van Justitie toe te vertrouwen, aangezien de minister van Justitie beslist wie er al dan niet in het register wordt opgenomen, maar uiteindelijk blijft de eedaflegging in handen van de voorzitter van het hof van beroep.

Kunnen BVT’s die geen Belgische identiteitskaart hebben, zich registreren?

We hebben nog geen oplossing gevonden voor dat soort registraties. Mensen kunnen ook  een ‘token’, een kaartje met codes, vragen en zich zo registreren, maar daarvoor moet je in het rijksregister opgenomen zijn. Voor wie het een noch het ander kan, zoeken we nog een oplossing.

De wet zegt duidelijk dat BVT’s geen opdrachten in strafzaken mogen weigeren. Je kunt toch niet verwachten dat iemand altijd klaar staat. Om dan nog maar te zwijgen over het feit dat BVT’s hun werk voor Justitie als zelfstandigen uitvoeren…

Ook daarover hebben we lang gediscussieerd. Ik denk dat die verplichting veeleer theoretisch is. Ik heb geen weet van mensen die gestraft zijn omdat ze een opdracht geweigerd hebben.

Wie heeft er vandaag toegang tot het register?

Vanaf 15 juni kan al wie bij Justitie (Rechterlijke Orde) werkt en een beveiligde internetverbinding heeft, het register inkijken en gebruiken. Bijvoorbeeld magistraten kunnen en moeten het register gebruiken. Ze moeten via het register vorderen. En als ze iemand willen vorderen die niet in het register staat, dan moeten ze die keuze verantwoorden.

En de politie?

De politie heeft nog geen toegang tot het register. Daarvoor is extra beveiliging nodig. Het contract met de dienstenleverancier is nog niet afgesloten. We verwachten dat eind 2017, begin 2018 de politie het register zal kunnen gebruiken.

En de burger?

Dat is de laatste stap in de openstelling van het register. We weten nog niet wanneer de burger het register zal kunnen inkijken. Hij zal uiteraard maar toegang hebben tot een deel van de gegevens.

Wat staat er verder op het programma?

Zoals ik al zei, stellen we het register geleidelijk aan open, voor de politie eerst en vervolgens voor de burger. In oktober wordt het register definitief. Het KB over de deontologie is gepubliceerd. Het KB over de opleidingsvereisten moet nog bijgewerkt worden aan de hand van de opmerkingen van de inspecteur van financiën, maar is zo goed als klaar. We hebben ook een typeprogramma klaar voor bijvoorbeeld de juridische opleiding, met de eisen waaraan die opleiding moet voldoen. Voorts komt er een KB dat de vereisten beschrijft voor de legitimatiekaarten voor BVT’s. We zijn ook van zins om informatievergaderingen te organiseren.


U hebt problemen om u in het register in te schrijven?

U kunt terecht bij de volgende personen:

  • Esma BENKHALED op het nummer 02/552 26 29 (Franstalig)
  • Fabienne MAYEUX op het nummer 02/552 28 56 (Franstalig)

Yvan MERTENS op het nummer 02/552 28 57 (Nederlandstalig)

BETALEN VOOR UW BEËDIGING?

Posted on

Dat er een nationaal register voor beëdigd vertalers/tolken bestaat, is geen nieuws. We hopen overigens dat u in dat register ingeschreven bent. Ondertussen is er een zogenaamde reparatiewet goedgekeurd. Wat verandert die nieuwe wet aan de bestaande wet?

Aanvaardingscommissie

Registratie voor zes jaar

De opname in het nationaal register geldt voor zes jaar. De vertaler, tolk of vertaler-tolk kan zes maanden voor het verstrijken van deze periode een verlenging van zijn opname vragen. “Bij de aanvraag voegt hij een lijst van de burgerrechtelijke en administratieve opdrachten en het bewijs van de gevolgde permanente vorming. (…)” (artikel 13).

Een beëdiging is dus tijdelijk. Zes jaar. Ondertussen stapelen de verantwoordelijkheden/taken van de BVT’s zich op: btw, btw-aangiften, facturatie, prestatiefiches, diploma’s juridische, taal- en tolk/vertaalkennis, permanente vorming, een nieuwe beëdiging om de zes jaar en “een lijst van de burgerrechtelijke en administratieve opdrachten”. Lextra Lingua vzw staat volledig achter de eis om deskundigheid, maar met de jaren is de weegschaal almaar zwaarder gaan doorwegen in de richting van verplichtingen voor de BVT. Om nog maar te zwijgen over de betalingsproblemen, het eeuwige probleem… En er is nog meer…

 

Betalen om BVT te zijn

“De vertalers, tolken en vertalers-tolken betalen bij hun aanvraag tot inschrijving in het register een bijdrage in de kosten. De Koning bepaalt het bedrag en de nadere regels van deze bijdrage.” (artikel 14)

Waarom? Justitie wil badges invoeren voor de BVT’s. Wil de overheid daarmee die kosten dekken? Of is het gewoon de besparingsreflex van deze regering? En hoeveel zou die bijdrage dan zijn? Bij de bespreking van de reparatiewet zegt volksvertegenwoordiger Stefaan Van Hecke (Groen): “De minister heeft gezegd dat die niet meer dan 100 euro zal bedragen. Als de deskundigen en vertalers-tolken (…), zoals nu soms het geval is, jaren moeten wachten op de betaling, dan is die bijdrage heel zuur.”

Lextra Lingua vzw heeft zich bij herhaling tegen die ‘bijdrage’ verzet. Opnieuw verantwoordelijkheden/verplichtingen voor de BVT’s. We vrezen bovendien een ‘financiële segregatie’. Beginnende BVT’s, die nog maar weinig inkomsten hebben, zouden die honderd euro wel eens een onoverkomelijke hinderpaal kunnen vinden. En gaat een BVT in bijberoep, het nog de moeite vinden om al die verplichtingen na te komen? En wie zegt dat de volgende minister van Justitie het op ‘niet meer dan 100 euro’ zal houden?

 

Gedomicilieerd in een andere lidstaat

“De vertalers, tolken en vertalers-tolken die in een ander lidstaat van de Europese Unie gedomicilieerd zijn, kunnen hun beroepsbekwaamheid bewijzen door een opname in een gelijkaardig register van hun staat, waarvan zij het bewijs leveren;” (artikel 16). Zijn ze niet in een gelijkaardig register opgenomen, dan moeten de BVT’s die in een andere lidstaat van de Europese Unie gedomicilieerd zijn dezelfde procedure doorlopen als de BVT’s die in België zijn gedomicilieerd.

 

En tot slot nog dit:

“In burgerlijke zaken kunnen beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken een opdracht weigeren.” (artikel 18). Lees: in strafzaken kunnen ze dat niet. Lextra Lingua vzw heeft er bij herhaling op aangedrongen dat Justitie een kader schetst waarin aangegeven wordt in welke omstandigheden een BVT al dan niet een ‘strafopdracht’ kan weigeren.

“Dit register kan vrij geraadpleegd worden op de website van de Federale Overheidsdienst Justitie.” (artikel 13). Met andere woorden, gewone burgers zullen het register kunnen

Koninklijk besluit tot vaststelling van het tarief voor prestaties van vertalers en tolken in strafzaken op vordering van de gerechtelijke overheden

Posted on

HOOFDSTUK 1 . – De vertalers
Artikel 1. De vertalers die vertalen van en naar talen met logogrammen en van en naar blindenschrift worden betaald per regel bestaande uit zestig karakters, tekens inbegrepen.

Onder talen met logogrammen worden volgende talen begrepen: Chinese talen, Japans, Koreaans, de Indische talen.

Het tarief bedraagt 0,99 euro per regel. Elke begonnen regel geldt als een volledige regel.

Bij de facturering geeft de prestatieverlener aan hoeveel regels de vertaling omvat.

Art. 2. De vertalers die naar de andere talen vertalen, worden per woord betaald.

Het tarief bedraagt :

1° 0,062 euro per woord voor de vertalingen van het Frans naar het Nederlands en van het Nederlands naar het Frans;

2° 0,097 euro van en naar de volgende talen :

Fins, Lets, Ests, Sloveens, Litouws, Albanees, Maltees, Hebreeuws, Tibetaans, de Turkse talen en de Romatalen;

3° 0,085 euro per woord voor de vertalingen van en naar de andere talen.

Bij de facturering geeft de prestatieverlener aan hoeveel woorden zijn vertaling omvat.

Bij een vordering inzake minder dan 300 woorden zoals bedoeld in de eerste twee leden, of minder dan 30 regels zoals bedoeld in art. 1 wordt een minimumvergoeding van 300 woorden of 30 regels toegekend.

Art. 3. Er wordt in een tariefaanpassing voorzien in volgende gevallen:

1° verhoging van 50 procent in geval van urgentie.

Urgentie doet zich voor bij een aanvraag van de vorderende overheid die ten opzichte van de gevraagde datum van aflevering meer dan 2100 woorden per werkdag omvat voor een vertaling met woorden en meer dan 210 regels per werkdag omvat ten voor een vertaling naar een taal met tekens.

2° verhoging met 20 procent in geval van telefoontap.

Onder telefoontapvertalen wordt verstaan het vertalen vanuit een mondelinge tekst in de brontaal naar een schriftelijke tekst in de doeltaal.

Als die prestatie wordt verleend in de lokalen van de vorderende overheid, is de kilometervergoeding zoals bepaald in artikel 4, van toepassing.

3° wanneer gebruik wordt gemaakt van identieke, in te vullen formulieren tellen enkel de woorden of de regels van het eerste formulier als eerste volledige vertaling, terwijl enkel de ingevulde woorden worden verrekend als de identieke basisteksten reeds in het geheugen zitten.

4° verhoging met 20 procent in geval van handgeschreven teksten.

HOOFDSTUK 2 . – De tolken

Art. 4. De tolken worden betaald naargelang van de duur van hun prestatie op basis van een uurtarief van 49,99 euro per uur.

Onder prestatie wordt begrepen de reële tijd, vertaald in minuten, die effectief wordt gewijd aan het tolken.

De kilometervergoeding is vastgelegd op 0,5516 euro per kilometer op basis van de reële afstand.

De vorderende overheid roept de tolk op die zich zo dicht mogelijk bij de te leveren prestatie bevindt.

Indien de tolk moet wachten vooraleer de prestatie te leveren, wordt de reële wachttijd in minuten tevens vergoed. De wachtvergoeding bedraagt 35,42 euro per uur.

Art. 5. In de volgende gevallen wordt in een tariefaanpassing voorzien:

1° voor de eerste prestatie in de voormiddag of in de namiddag die geen vol uur bedraagt, wordt een bedrag toegekend van een vol uur.

Indien de prestatie- en wachttijd samen minder dan 60 minuten bedragen, zijn beide in het gegarandeerde uur inbegrepen;

2° voor de prestaties tussen 22 uur en 6 uur, op wettelijke feestdagen en op zondagen wordt het tarief verdubbeld;

3° voor de prestaties op zaterdag tussen 6 uur en 22 uur wordt een verhoging van 50 procent toegekend;

4° voor een prestatie die door de vorderende overheid was gepland en geen 24 uur vooraf werd geannuleerd en die niet kan plaatsvinden om redenen vreemd aan de tolkprestatie, wordt een compensatie toegekend van een vol uur wachttijd;

5° voor de prestatie van een volle dag die door de vorderende overheid was gepland en geen 48 uur vooraf werd geannuleerd en die niet kan plaatsvinden om redenen vreemd aan de tolkprestatie, wordt een annulatievergoeding toegekend van 3 uur wachttijd. Een volle dag wordt gedefinieerd als een prestatie van minstens 6 uur;

6° wanneer twee tolken bij een dagprestatie op de zitting van een hof of rechtbank een tolkkoffer inzetten waarbij minstens 8 hoofdtelefoons worden gebruikt, wordt de uurprestatie van de tolken verhoogd met 65 procent.

HOOFDSTUK 3 . – De kostenstaat

Art. 6. De kostenstaat van de vertalers wordt maandelijks opgesteld.

Als bijlage van de kostenstaat wordt een overzicht gegeven van alle goedgekeurde vertalingen waarvoor een betaling wordt gevraagd.

Art. 7. De kostenstaat van de prestaties van de tolken wordt maandelijks opgesteld. Om de prestaties in het kader van strafzaken vast te stellen, wordt een prestatiefiche gebruikt waarin alle prestatie- en wachttijden voor de vorderende overheden inzake gerechtskosten in strafzaken chronologisch worden opgenomen. Deze fiche wordt toegevoegd als bijlage aan de kostenstaat.

Het formaat en de inhoud van de prestatiefiche worden vastgelegd door de Minister.

Na afloop van elke prestatie wordt de prestatiefiche afgetekend door de gemachtigde prestatieontvanger.

Voor de geannuleerde prestaties, zoals bedoeld in artikel 5, 4° en 5°, worden de vordering en het annulatiebericht als bewijsstuk toegevoegd.

Bij het gebruik van een tolkkoffer, zoals bepaald in artikel 5, 6°, bevestigt de vorderende overheid het gebruik van dit hulpmiddel op de prestatiefiche.

HOOFDSTUK 4 . – Algemene, wijzigings- en slotbepalingen

Art. 8. Artikel 1, derde lid, van het koninklijk besluit van 23 augustus 2015 tot vaststelling van het tarief voor prestaties van gerechtsdeurwaarders in strafzaken op vordering van de gerechtelijke overheden wordt vervangen als volgt:

“Indien de stukken, die bij de akte van betekening moeten worden gevoegd, vertaald moeten worden, dan wordt voor deze vertaling een vergoeding toegekend. Die wordt berekend op de wijze bepaald in de artikelen 1 tot en met 3 van het koninklijk besluit van 22 december 2016 tot vaststelling van het tarief voor prestaties van vertalers en tolken in strafzaken op vordering van de gerechtelijke overheden.”

Art. 9. In de tarieven bepaald in dit besluit is de belasting over de toegevoegde waarde niet inbegrepen.

Art. 10. De artikelen 5 tot en met 10ter van het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende Algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken, vervangen bij het koninklijk besluit van 13 juni 1999, worden opgeheven.

Art. 11. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Art. 12. De minister bevoegd voor Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Nieuwsbrief 20

Posted on
NOG PROBLEMEN
MET DE NIEUWE TARIEVEN?

 

Dinsdag (17/2/) hebben Lextra Lingua vzw en de BKVT een vergadering met de dienst Gerechtskosten van de FOD Justitie in Brussel, om de onduidelijkheden over tarieven en facturering te bespreken.

Hebt u nog vragen?
Stuur ze ons toe uiterlijk op maandagavond (info@lextra-lingua.be).
We leggen ze voor aan de dienst Gerechtskosten.

 

OPDRACHT UITGEVOERD IN 2016, 
FACTUUR IN 2017.
WELKE TARIEVEN?

We hebben alle scenario’s in een schema gegoten.
Dit schema is goedgekeurd door de FOD Justitie. Het is bijgevolg officieel.

 

Vertalen Vordering Prestatie Facturatie Tarieven
2016 2016 2017 2016
2016 2017 2017 2017
2016 2016/2017 2017 2016/2017

 

Tolken Vordering Prestatie Facturatie Tarieven
2016 2016 2017 2016
2016 2017 2017 2017

 

 

FACTUREREN MET
MAANDOVERZICHTEN?
Hiernaast vindt u het officiële antwoord van de FOD Justitie

 

“Zolang de prestatiefiche er niet is, dient er nog gewerkt op de oude manier (met uitzondering van de nieuwe tarieven, die reeds van toepassing zijn).  M.a.w. er wordt nog gewerkt met een vordering, die begroot wordt door de vorderende rechter en de kostenstaten dienen nog niet maandelijks neergelegd te worden.  Bovendien dienen zij in afwachting van de prestatiefiche nog steeds neergelegd te worden op de rechtbank, alwaar de vorderende magistraat zetelt.
Dus voorlopig verder doen zoals vroeger, zijnde geen maandelijkse kostenstaten bij de rechtbank van je woonplaats maar gewoon zoals vroeger, bij de rechtbank waar gevorderd is en kostenstaten afzonderlijk…”
PROBLÈMES DE TARIFS ?

 

Ce mardi (17/2/) l’asbl Lextra Lingua et la CBTI ont une RÉUNION avec le service Frais de justice au SPF Justice à Bruxelles, afin d’éclaircir les points d’ombre concernant les nouveaux tarifs et la nouvelle facturation.

Avez-vous des questions ?
Envoyez-nous vos questions au plus tard lundi soir  (info@lextra-lingua.be).
Nous les soumettrons au service Frais de justice.

 

 

MISSION EFFECTUÉ EN 2016,
FACTURATION EN 2017.
QUELS TARIFS?

Nous avons établi un schéma avec tous les scénarios. Le SPF Justice a cautionné ces tableaux, qui sont par conséquent officiels.

 

 

Traduction Réquisitoire Prestation Facturation Tarifs
2016 2016 2017 2016
2016 2017 2017 2017
2016 2016/2017 2017 2016/2017

 

Interprétation Réquisitoire Prestation Facturation Tarifs
2016 2016 2017 2016
2016 2017 2017 2017

 

 

 

“ÉTATS DE FRAIS” MENSUELS ?

Veuillez trouver ci-contre la réponse officielle du SPF Justice.

 

” Tant que la fiche de prestation n’existe pas, le traducteur devra continuer à facturer comme avant (mais en appliquant les nouveaux tarifs). En d’autres termes, on continue à se baser sur un réquisitoire, chiffré par le juge qui réquisitionne. Les états de frais ne doivent pas encore être déposés mensuellement. De plus, en attendant la fiche de prestation, les états de frais doivent être envoyés au tribunal où siège le juge qui a réquisitionné.
Donc : jusqu’à nouvel ordre, « à l’ancienne », pas d’états de frais mensuels à envoyer au tribunal de votre lieu de résidence, mais comme avant, auprès du tribunal qui réquisitionne et avec des états de frais séparés.”