Enquête 11/2015

ENQUÊTE Hieronder vindt u de resultaten van de enquête over het ontwerp-kb aangaande de tarieven. De vraag: “Bent u bereid om te werken tegen de voorwaarden in het ontwerp-kb over de tarieven?” Aantallen: – We hebben de mail aan 625 elektronische adressen gestuurd. – We hebben 95 antwoorden ontvangen (15,2%). RESULTATEN NEE: 90 (95%) JA: 5 (5%) Ci-dessous vous trouverez les résultats de l’enquête que nous avons menée

sur le projet d’AR concernant les tarifs. Question : « Etes-vous disposé à travailler aux conditions proposées dans le projet d’AR sur les tarifs ? » Nombre: – Nous avons envoyé la question à 625 adresses électroniques. – Nous avons reçu 95 réponses (15,2%). LES RESULTATS NON : 90 (95%) OUI : 5 (5%)

Interview minister van justitie Koen Geens – Interview ministre de la justice Koen Geens

U bent bezig met een grondige hervorming van de werking van beëdigd vertalers/tolken (BVT)? Wat is uw achterliggend idee daarbij ? Wat is uw uitgangspunt en uw doel?

Koen Geens: Sinds mijn aantreden als minister heb ik al heel wat aandacht besteed aan de samenwerking met de gerechtstolken en -vertalers, en de relatie met de gerechtsdeskundigen in het algemeen. Niet het minst omdat voor de Europese Unie het recht op een eerlijk proces centraal staat. Dit recht is, als hoeksteen van onze rechtsstaat en ook door het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens gegarandeerd. Het recht op vertolking en vertaling ten behoeve van personen die de taal van de strafprocedure niet spreken of verstaan is bovendien verder ontwikkeld in de rechtspraak van het Europees Hof.

De nood aan vertolking en vertaling in juridische procedures stijgt jaar na jaar en op elk vlak: penaal, burgerlijk en administratief. Justitie moet deze internationaliserings- en globaliseringstendens kunnen volgen en doet daarom graag een beroep op de medewerking van gekwalificeerde experten. Het justitieel gebeuren is inderdaad geen zaak van juristen alleen, maar een samenspel van gespecialiseerde actoren met de bedoeling het recht te laten gelden en rechtvaardigheid te laten regeren. Communicatie met anderstaligen is vereist in allerlei overheidsprocedures: met de overheid, met de rechtbanken, met de politie, voor overleg met een advocaat, met zijn medeburgers als tegenpartij. De gerechtsdeskundigen en de tolken/vertalers zijn essentiële actoren in een goedwerkende justitie.

Wat is uw doelstelling op budgettair vlak in dat verband? We weten dat de behoefte aan vertalingen en vertolkingen in de toekomst zal toenemen.

Koen Geens: Aan deze verhouding ‘tarief – kwaliteit’ heb ik reeds ruimschoots gewerkt gedurende het jaar dat ik het genoegen mocht beleven om minister van Justitie te zijn. Ik onderneem acties inzake alle tarieven die binnen de gerechtskosten gemaakt worden. De DNA-speekseltarieven en de tarieven van deurwaarders en telecomoperatoren werden dankzij technologische evoluties en efficiëntie in de respectievelijke sectoren herleid tot de actuele kostprijs. Dat betekent een aanzienlijke kostenefficiënte werking voor Justitie en dus een besparing.

Maar andere tarieven zullen worden geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de tarieven die andere overheidsdiensten of het buitenland hanteren. Dat betekent een verhoging van de tarieven voor jullie, de tolken en vertalers. Naast de tarieven werken mijn diensten eveneens aan het verkorten van de betaaltermijnen. Ik heb enorme inspanningen geleverd om de achterstand in de betaling van de gerechtsdeskundigen zo goed als weg te werken. Mijn diensten hebben voor 144,7 miljoen aan gerechtskosten betaald vorig jaar. Dit is dubbel zoveel als het voorziene budget van 72 miljoen en heeft alles te maken met het wegwerken van de achterstallen van de vorige jaren die ik bij mijn aantreden heb aangetroffen. Wij hebben deze niet onder de mat geschoven maar het verleden opgekuist. Verder heb ik ervoor gezorgd dat de BTW voor vorderingen op de overheid pas opeisbaar wordt zodra de leverancier zelf betaling van de overheid heeft ontvangen.

Dit vermijdt dat er grote sommen BTW moeten voorgeschoten worden. De Salduz-richtlijn brengt inderdaad een grotere inzet van tolken en vertalers met zich mee. Bij de opmaak van de initiële begroting 2016 ben ik alvast grotere budgetten gaan onderhandelen. Bij de aanstaande begrotingscontrole doe ik dit opnieuw. Nu begin ik aan het échte werk: de goede relatie justitie – gerechtsdeskundigen verankeren op het terrein, daar waar deze goede verstandhouding zich in de praktijk moet realiseren. Het is mijn bedoeling de volledige boekhouding en documentenstroom rond de gerechtsdeskundigen te laten beheren door gespecialiseerde functies in bureaus Gerechtskosten die op het terrein, dicht bij de relatie deskundige – justitie opgericht worden.

Bedoeling is dat deze bureaus tevens de zittingen plannen met alle justitiële actoren, waaronder de advocaten en de gerechtsdeskundigen. Zo kan iedereen zijn agenda efficiënter beheren en hoop ik tot een snellere afhandeling van rechtszaken te komen. Voor de gerechtsdeskundigen zou dat alvast betekenen dat de problematiek van de ‘wachttijden’ sterk gereduceerd wordt. (Nvdr: in een eerste fase van zijn hervorming, wilde de minister de vergoeding van de wachttijden afschaffen. Hij is daar op teruggekomen. De wachttijden zullen ook in de toekomst vergoed worden). Bedoeling is dat deze diensten ook het Nationaal register voor gerechtsdeskundigen helpen beheren. Ook de administratieve lasten in het beheer van deze relatie moeten verminderen. Ik heb begrepen dat het voor de tolken een bijzonder zware last is om één factuur per prestatie op te stellen. Deze prestaties zijn soms van zeer korte duur. Een maandelijkse facturatie kan hier veel soelaas bieden. Dat we daarmee samen vele bomen gaan sparen is mooi meegenomen.

Wanneer denkt u de hervorming afgerond te hebben? Wanneer wordt specifiek het KB over de tarieven van kracht?

Koen Geens: Het KB zal worden ingediend voor advies bij de Raad van State, dat advies moeten wij afwachten, afhankelijk van dat advies zullen er eventueel aanpassingen aan gebeuren. Ik vermoed dat men tegen juni 2016 een publicatie in het Staatsblad kan verwachten. De oprichting van de bureaus, waarvan hierboven sprake, zou tegen eind 2017 een feit moeten zijn. In een enquête die Lextra Lingua vzw uitgevoerd heeft onder de BVT’s blijkt dat 95% onder hen de voorgestelde tarifering verwerpt.

Hebt u de indruk dat u voldoende naar de BVT’s geluisterd hebt?

Koen Geens: Enkel in dialoog kan men tot consensus komen. Ik sta open voor debat en doe dat telkens met alle actoren, partners en organisaties waar justitie mee samenwerkt. Ook over deze actualisering van de tarieven heb ik steeds overleg gepleegd met alle vertegenwoordigers van de beroepsgroep. Nog op 1 februari hadden we een constructieve vergadering. Het gaat niet alleen om een aanpassing van de tarieven maar ook om een betere organisatiestructuur rond het oproepen van een vertaler-tolk. Ik hoop dat mijn voorstellen tot een vermindering van de wachttijd zullen leiden en er tot efficiëntere tijdsbesteding kan overgegaan worden.

Verwacht u een tekort aan BVT’s door de invoering van het register? Het register verstrengt de beëdigingscriteria. Zal dat de werking van Justitie niet bemoeilijken?

Koen Geens: De Wet van 10 april 2014, die op 19 december 2014 gepubliceerd werd, voorziet in een aantal kwaliteitscriteria waaraan de deskundigen moeten voldoen. Dit zowel op het vlak van beroepskennis als -ervaring, als een basis van juridische kennis. De wet voorziet ook in een deontologische code. Het is evident dat alle gerechtsdeskundigen aan bepaalde criteria moeten voldoen. Sowieso wordt er aan een overgangsregeling gewerkt waarin iedereen de tijd krijgt om zich aan te passen aan de nieuwe regels. Ik verwacht een professionalisering van het beroep van vertaler en tolk, geen vermindering in aantallen, noch een vermindering van de kwaliteit. Over anderhalf jaar zullen gevangenen voor de raadkamer of de KI per video kunnen “verschijnen”.

Bent u daar voorstander van? Wat zal het fenomeen “videoverhoren” aan de werking van Justitie veranderen? Zal het uitbreiding nemen? Zult u daartoe de middelen uittrekken?

Koen Geens: Onlangs is daarover een wetsvoorstel van het parlement goedgekeurd. De middelen zijn reeds lang voorzien. Ik reken op uw begrip voor de praktische uitrol van dit project. Een van de redenen waarom de samenwerking tussen Justitie en BVT’s scheefgegroeid is, is het gebrek aan communicatie. Lextra Lingua vzw heeft altijd aangedrongen op een “commissie” om die communicatie te institutionaliseren.

Bent u daar voorstander van?

Koen Geens: Ik ben absoluut voorstander van een open communicatie en overleg, zoals u het laatste jaar heeft mogen ondervinden. Communicatie vloeit het best als ze niet teveel aan banden wordt gelegd in een strakke institutionalisering maar kan deinen op de behoeften van het moment. Het is praktisch onhaalbaar om de communicatie met alle beroepsgroepen die voor Justitie werken te institutionaliseren. Maar mijn deur staat altijd open voor een constructief gesprek dat problemen helpt oplossen en het samenwerken voor iedereen beter maakt.Daarnaast hoop ik dat de inrichting van de bureaus Gerechtskosten op het terrein een antwoord biedt op de hoge nood aan samenwerking en communicatie en u in eerste lijn een gesprekspartner biedt voor de regeling van praktische zaken, dichtbij de medewerkers die met u werken en die u best kent.

Vandaag bestaat er een commissie waarin betwistingen over facturen behandeld worden. Helaas werkt de commissie niet. Bent u van zins die te behouden of ze te hervormen?

Koen Geens: Het is mijn bedoeling om geschillen op het niveau op te lossen daar waar deze zich voordoen: dicht in de relatie gerechtsdeskundige – justitie, door de mensen die het meest met u werken en u het beste kennen. Ik zie dan ook een rol weggelegd voor de bureaus Gerechtskosten op arrondissementsniveau om aan eerstelijnsgeschillenoplossing te doen en ben van plan een administratieve oplossing op dit niveau te organiseren. Tegen dergelijke administratieve beslissing kan steeds een beroep bij de Raad van State worden ingesteld

 

Vous êtes engagé dans une réforme en profondeur du fonctionnement de traducteurs / interprètes assermentés ? Quelle est votre philosophie à cet égard ? Quels sont votre point de départ et votre but ?

Koen Geens : Depuis que je suis ministre, la collaboration avec les interprètes/traducteurs jurés et la relation avec les experts judiciaires en général ont retenu largement mon attention, essentiellement parce que le droit à un procès équitable est capital pour l’Union européenne. Ce droit est la pierre angulaire de notre état de droit. Le Traité européen des droits de l’homme le garantit. De plus, le droit à la traduction et à l’interprétation pour les personnes qui ne parlent pas la langue de la procédure pénale est précisé par la jurisprudence de la Cour européenne. Les besoins en interprétation et traduction pour les procédures juridiques ne cessent de prendre de l’ampleur, d’année en année et dans tous les domaines, aussi bien en matières pénales et civiles qu’administratives.

La justice doit suivre cette tendance à l’internationalisation et à la globalisation et fait volontiers appel à la collaboration d’experts qualifiés. La justice n’est en effet pas une affaire de juristes uniquement, mais constitue une collaboration de différents acteurs spécialisés en vue de faire valoir le droit et de faire régner l’équité. La communication avec ceux qui parlent d’autres langues est exigée dans toutes les procédures publiques, dans les procédures impliquant les autorités, les tribunaux ou la police, mais également dans le cas d’une concertation avec un avocat dans le cadre d’une action impliquant un concitoyen en tant que partie adverse.

Les experts judiciaires et les interprètes/traducteurs sont essentiels pour le bon fonctionnement de la justice. Quels sont vos objectifs budgétaires ? Nous savons que les besoins en traduction et interprétation ne feront qu’augmenter ?

Koen Geens : J’ai beaucoup travaillé sur ce rapport « tarif/qualité » pendant l’année que j’ai eu le plaisir d’être ministre de la Justice. Je prends des initiatives concernant tous les tarifs appliqués dans le cadre des frais de justice. Les tarifs pour les tests de salive (ADN), les tarifs pour les huissiers de justice et les tarifs pour les opérateurs en télécommunication ont été ramenés aux coûts actuels, suite aux évolutions technologiques et aux améliorations en matière d’efficacité. Le fonctionnement a gagné en efficacité en matière de coûts, ce qui représente par conséquent une économie. D’autres tarifs seront actualisés et adaptés aux tarifs utilisés dans d’autres services publics ou à l’étranger. Pour vous, interprètes et traducteurs, cela représente une augmentation des tarifs.

Mes services se sont non seulement penchés sur les tarifs, ils travaillent également sur le raccourcissement des délais de paiement. J’ai consenti d’énormes efforts pour éliminer presque entièrement les retards de paiement des experts judiciaires. L’année passée, mes services ont dépensé 144,7 millions en frais de justice, le double du budget, de 72 millions, principalement pour combler les arriérés des années précédentes que j’ai constatés lors de mon entrée en fonctions. Nous ne les avons pas occultés, nous avons fait le ménage. De plus, nous avons fait en sorte que la TVA pour des créances vis-à-vis de l’état soit redevable au moment où le fournisseur reçoit le paiement des créances de la part des autorités publiques. De grosses sommes de TVA ne doivent donc plus être avancées. La directive Salduz engendre effectivement une plus grande demande d’interprètes et traducteurs. Déjà, lors de l’établissement du budget 2016, j’ai négocié des budgets plus conséquents. J’en ferai de même lors du prochain contrôle budgétaire. Maintenant je vais m’atteler au vrai travail, à savoir l’ancrage de la bonne relation entre la Justice et les experts judiciaires sur le terrain. C’est là que la bonne entente doit se réaliser, sur le terrain.

Je veux confier la comptabilité dans sa totalité et les flux de documents concernant les experts judiciaires à des fonctions spécialisées dans les bureaux de Frais de justice qui seront créés sur le terrain, proche de la relation entre l’expert et la Justice. Ces bureaux devraient également planifier les séances avec tous les acteurs de justice, entre autres les avocats et les experts judiciaires. Cela permettra à tout le monde de gérer son agenda plus efficacement. J’espère aussi que par ce biais les affaires seront traitées plus rapidement. Cela impliquerait que les temps d’attente pour les experts de justice seront fortement réduits (NDLR : Dans une première mouture de sa réforme, le ministre avait décidé de ne plus rémunérer les temps d’attente.

Il est revenu sur cette décision. Les temps d’attente continueront à être rémunérés). Ces services seront également impliqués dans la gestion du registre national des experts judiciaires. Les charges administratives pour la gestion de cette relation doivent également être allégées. J’ai compris que l’établissement de factures par prestation est une charge particulièrement lourde pour les interprètes. Il s’agit parfois de prestations très courtes. Une facture mensuelle peut alléger fortement cette charge. Et le fait que cela nous permettra de sauver beaucoup d’arbres, ne peut que rendre l’initiative plus alléchante.

Quand les réformes seront-elles achevées ? Et l’AR sur les tarifs ? Quand entrera-t-il en vigueur ?

Koen Geens: L’AR sera soumis au Conseil d’état pour avis. Nous devons attendre cet avis. Selon l’avis du Conseil, nous devrons modifier ou non l’AR. J’estime que l’AR pourra être publié en juin 2016. La création des bureaux, dont je viens de parler, devra être matérialisée d’ici fin 2017. Une enquête de L’ASBL Lextra Lingua auprès des interprètes et traducteurs jurés a révélé que 95% d’entre eux rejettent vos nouveaux tarifs. Avez-vous l’impression d’avoir suffisamment écouté les interprètes/traducteurs jurés ? Koen Geens : Ce n’est qu’en dialoguant que l’on peut arriver à un consensus. Je suis ouvert au débat. J’engage systématiquement ce débat avec tous les acteurs, partenaires et organisations avec qui la Justice travaille. Cela vaut aussi pour l’actualisation des tarifs, pour laquelle je me suis concerté avec tous les représentants de ce groupe professionnel. Tout récemment, le 1er février, nous avons eu une réunion constructive. Il ne s’agit pas uniquement d’une adaptation des tarifs, mais également d’une meilleure structure organisationnelle pour la convocation des traducteurs-interprètes. J’espère que mes propositions vont diminuer le temps d’attente et améliorer l’efficacité de l’emploi du temps.

Pensez-vous que l’introduction du registre d’interprètes/traducteurs assermentés va créer une pénurie ? Les critères d’assermentation pour accéder au registre seront plus stricts qu’ils ne l’étaient auparavant. Cela va compliquer le fonctionnement de la Justice, non ?

Koen Geens : La Loi du 10 avril 2014, qui a été publiée le 19 décembre 2014 prévoit des critères de qualité auxquels les experts devront se conformer. Il s’agit non seulement des connaissances professionnelles et de l’expérience, mais également d’une base de connaissance juridique. La loi prévoit également un code déontologique. Il est évident que les experts judiciaires doivent répondre à certains critères. De toute façon, une période de transition va être mise en place qui permettra à tout le monde de se conformer aux nouvelles règles. Je table sur une professionnalisation du métier de traducteur et d’interprète, pas sur une diminution des effectifs ou de la qualité. Dans un an et demi, des prisonniers pourront « comparaître » par vidéo devant la Chambre du conseil ou la Chambre de mise en accusation.

Êtes-vous en faveur de cette nouvelle possibilité ? Dans quelle mesure les « dépositions par vidéo » vont-elles changer le fonctionnement de la Justice ? Le phénomène prendra-t-il de l’ampleur ? Avez-vous les ressources nécessaires pour le rendre possible ?

Koen Geens : Une proposition de loi a récemment été approuvée par le parlement. Les moyens ont été prévus depuis longtemps. Je compte sur votre compréhension pour l’application concrète de ce projet. La collaboration entre la Justice et les interprètes/traducteurs assermentés s’est compliquée par le manque de communication entre les deux parties.

L’ASBL Lextra Lingua a toujours insisté pour créer une « commission » pour institutionnaliser cette communication ? Êtes-vous en faveur d’une telle commission ?

Koen Geens : Je suis un partisan sans réserve d’une communication ouverte et de concertation. Les événements de l’année écoulée le prouvent. La communication circule au mieux lorsqu’elle n’est pas trop bridée par une institutionnalisation stricte, mais lorsqu’elle s’adapte aux besoins du moment. Il est pratiquement impossible d’institutionnaliser la communication de tous les groupes professionnels qui travaillent pour la Justice. Cependant, je me tiens à votre disposition pour un entretien constructif qui permet de trouver des solutions à des problèmes et d’améliorer la collaboration pour tout le monde. De plus, j’espère que la création des bureaux de Frais judiciaires sur le terrain apportera une réponse aux besoins pressants de collaboration et de communication. J’espère qu’ils offriront un interlocuteur de première ligne pour le règlement de problèmes pratiques, proche des collaborateurs qui travaillent avec vous et que vous connaissez le mieux.

Il existe aujourd’hui une commission pour régler les litiges de factures. Malheureusement, cette commission ne fonctionne pas. Allez-vous la maintenir ou la réformer ?

Koen Geens : Je veux résoudre les litiges là où ils se présentent, dans la proximité de la relation entre l’expert judiciaire et la Justice et par les personnes qui travaillent le plus avec vous et que vous connaissez le mieux. Ces bureaux de Frais de justice auront par conséquent un rôle à jouer au niveau de l’arrondissement pour résoudre des litiges en première ligne. Je veux organiser une solution administrative à ce niveau. Un appel auprès du Conseil d’état contre de telles décisions administratives sera toujours possible.

 

“Omzendbrief van het parket van Antwerpen over de manier waarop beëdigde vertalers/tolken moeten factureren”

18 november 2013

“De taalsector” publiceert artikel over informatieavond Lextra Lingua Belgica vzw

11 september 2013 http://www.detaalsector.be/cms/tolkwerk/3087-lextra-lingua-organiseert-informatieavond-voor-gerechtstolken

Interview voorzitter Lextra op radio1

3 september 2013   http://www.radio1.be/programmas/de-ochtend/nijpend-tekort-aan-gerechtstolken

Turtelboom bespaart

16 augustus 2013 Overleg met de gerechtstolken en -vertalers? Onbestaand.

Vraag van senator Stevens aan minister Turtelboom over gerechtstolken (Senaat)

24 juli 2013   Belgische Senaat Handelingen DONDERDAG 27 JUNI 2013 – NAMIDDAGVERGADERING   (Vervolg) Mondelinge vraag van mevrouw Helga Stevens aan de minister van Justitie over «de btw op het vertaalwerk verricht door gerechtstolken» (nr. 5-1079) Mevrouw Helga Stevens (N-VA). – Op 30 mei 2013 besliste de btw-administratie dat vanaf 1 juli het simultaan vertalen door gerechtstolken in uitvoering van een gerechtelijke of politiële opdracht niet langer van btw vrijgesteld is en dat vanaf die datum 21% btw moet worden aangerekend. Het gaat om de beslissing E.T. 124 252 van 30 mei 2013.   Uit de tabel die bij deze beslissing gevoegd werd, blijkt dat in de volgende gevallen btw verschuldigd is:

  • op de prestaties van tolken bij de uitvoering van een gerechtelijke opdracht,
  • op de prestaties van tolken die bestaan uit het simultaan vertalen van politionele verhoren,
  • op de prestaties van tolken bij taptolken.

Dit betekent concreet dat de dienst gerechtskosten van de FOD Justitie de facto vanaf 1 juli 2013 geconfronteerd wordt met een verhoging van de kosten met minstens een vijfde, meer precies met 21%, voor de diensten van de gerechtstolken, aangezien deze tolken de btw uiteraard aan Justitie zullen doorrekenen. Is de minister op de hoogte van deze beslissing van de btw-administratie? Heeft ze bij de opmaak van de begroting 2013 en bij de budgetcontrole rekening gehouden met deze extra uitgaven? Welke impact zal dit hebben, budgettair en organisatorisch, op de werking van Justitie en het inzetten van gerechtstolken? De gerechtstolken klagen nu al steen en been over het al te lang uitblijven van de betaling van facturen voor diensten aan justitie. Nu al hebben politie en Justitie het moeilijk om voldoende gekwalificeerde gerechtstolken bereid te vinden tolkopdrachten uit te voeren voor justitie.

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. – Ingevolge de omzetting van de Europese richtlijn 2006/112/EG van de raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, zullen in de toekomst ook de gerechtstolken btw aanrekenen. In samenspraak met mijn collega, de minister van Financiën, die voor de omzetting van deze richtlijn bevoegd is, en conform de geldende regelgeving, werd overeengekomen dat vanaf 1 juli 2013 de gerechtstolken btw dienen aan te rekenen op hun prestaties. Vanaf 1 juli 2013 zullen de gerechtstolken dan ook btw aanrekenen op hun prestaties behoudens wanneer ze een vrijstelling kunnen verkrijgen, zoals opgenomen in de beslissing.

Tijdens de opmaak van de begroting 2013 en bij de budgetcontrole werd rekening gehouden met een verhoging ten belope van 21% voor de kostenstaten van de gerechtstolken. De budgettaire gevolgen zijn afhankelijk van verscheidene factoren, waaronder het aantal gerechtstolken dat een btw-vrijstelling zal aanvragen. Overigens dien ik eerstdaags bij de Ministerraad een ontwerp van koninklijk besluit in, dat de responsabilisering invoertinzake de gerechtskosten in spoedeisende gevallen en bij buitengewone uitgaven in uitzonderlijke omstandigheden. Specifiek voor de vertalers en tolken wordt het aantal categorieën van talen verminderd. Op organisatorisch vlak is het de verantwoordelijkheid van de gerechtstolk zich te conformeren inzake de fiscale verplichtingen. De invloed op de werking van justitie en het inzetten van gerechtstolken zal beperkt zijn.

Mevrouw Helga Stevens (N-VA). – Ik ben blij te vernemen dat in de begroting van Justitie al rekening is gehouden met de kostenverhoging van 21%. Ik begrijp niet goed wat de minister bedoelt met de vrijstelling van btw voor gerechtstolken. Alle opdrachten in verband met Justitie zijn immers onderworpen aan btw. Kan de minister dat nader toelichten?

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. – Ik bedoelde dat indien er gerechtstolken zouden zijn die om een of andere reden een btw-vrijstelling krijgen, dat uiteraard een weerslag zal hebben op het budget.

Interessant persbericht over betalingstermijnen

24 juli 2013   KMO’S: op 16 maart moet een einde komen aan de plaag van achterstallige betalingen Reference: IP/13/216 Event Date: 12/03/2013   Europese Commissie Persbericht Brussel, 12 maart 2013   KMO’S: op 16 maart moet een einde komen aan de plaag van achterstallige betalingen   Elke dag gaan overal in Europa tientallen kleine en middelgrote ondernemingen failliet omdat ze hun facturen niet betaald krijgen. Dit leidt ertoe dat banen teloorgaan en commerciële kansen onbenut blijven, waardoor nieuwe economische groei uitblijft.

Om paal en perk te stellen aan laattijdige betalingen heeft de Europese Unie Richtlijn 2011/7/EU betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handels­transacties vastgesteld. Uiterlijk op 16 maart 2013 moeten de lidstaten de herziene Richtlijn Betalingsachterstand hebben opgenomen in hun nationale wetgeving. Overheidsinstanties zijn dan verplicht om goederen en diensten te betalen binnen 30 kalenderdagen of, in zeer uitzonderlijke gevallen, binnen 60 dagen. Bedrijven moeten hun facturen binnen 60 dagen betalen, tenzij uitdrukkelijk een andere termijn is overeenkomen en op voorwaarde dat dit niet kennelijk onredelijk is ten opzichte van de schuldeiser.

Antonio Tajani, vicevoorzitter van de Europese Commissie en commissaris voor Industrie en ondernemerschap, zei hierover het volgende: “Voor kleine en middelgrote ondernemingen is het bijzonder moeilijk om hun recht op een snelle betaling af te dwingen. Door betalingsachterstand verliezen de kmo’s tijd en geld, en geschillen kunnen de relaties met hun klanten verzuren. Aan deze schadelijke cultuur van laattijdig betalen moet een einde komen.

Nu moeten de lidstaten de Richtlijn Betalingsachterstand in hun nationale wetgeving ten uitvoer leggen om zo de kmo’s de steun te bieden die zij in deze moeilijke tijden zo hard nodig hebben en hen bij te staan in hun sleutelrol, namelijk het scheppen van nieuwe banen voor Europa.”   De nieuwe regels zijn eenvoudig · Overheidsinstanties moeten voor goederen en diensten betalen binnen 30 kalenderdagen of, in zeer uitzonderlijke gevallen, binnen 60 kalenderdagen. …   http://europa.eu/rapid/press-release_IP-13-216_nl.htm (met dank aan Robert May)

Ministerraad/conseil des ministres

05 juli 2013 http://internationalpresscentre.org/nl/pressrelease/20130705/gerechtskosten-voor-bepaalde-gerechtelijke-opdrachten   Gerechtskosten voor bepaalde gerechtelijke opdrachten   Door Sarah Delafortrie, Christophe Springael Gepubliceerd op 04/07/2013 Hoort bij Ministerraad van 5 juli 2013   De ministerraad keurt op initiatief van minister van Justitie Annemie Turtelboom een ontwerp van koninklijk besluit goed dat de gerechtskosten voor een aantal opdrachten aanpast. Het gaat om een tussenstap naar een nieuwe reglementering van de gerechtskosten.   Er zijn een aantal algemene maatregelen:

  • het nachttarief wordt ingekort van 12 tot 8 uur
  • het uitzonderlijke tarief tijdens de nacht, weekeinde en op feestdagen wordt beperkt van 200% tot 150%
  • de minister kan via een model van overzichtsfiches de dagprestaties van bepaalde uitvoerders van opdrachten beter opvolgen
  • de begeleidingsprocedure van beslissingen, genomen door de vorderende gerechtelijke overheid, wordt strikter
  • de jaarlijkse indexering wordt vervangen door een mogelijke tweejaarlijkse aanpassing

Daarnaast is er ook een vereenvoudiging en vermindering van de tarieven voor vertalers en tolken:

  • de tariefcategorieën voor vertalers worden beperkt van 5 tot 3, die voor tolken van 4 tot 2
  • de tarieven voor vertalers en tolken worden verlaagd
  • enkel de vertaling van de ingevulde regels in formulieren worden betaald
  • het begrip wachttijd bij tolken wordt beperkt en de verrichte prestatie op een voor– of namiddag wordt gewijzigd van een ‘eerste naar een ‘enige’

Het ontwerp wordt voor advies aan de Raad van State voorgelegd.

 

Diminution des frais de justice pour certaines prestations   Sur proposition de la ministre de la Justice Annemie Turtelboom, le Conseil des ministres a approuvé un projet d’arrêté royal qui vise à adapter les frais de justice pour un certain nombre de missions. Il s’agit d’une étape intermédiaire vers une nouvelle législation concernant les frais de justice.

  • Le projet introduit les mesures suivantes :
  • la période de tarif de nuit est réduite de 0h à 8h
  • les tarifs exceptionnels pendant la nuit, le week-end et les jours fériés sont réduits de 200 à 150 %
  • le ministre peut utiliser un modèle de fiche récapitulative afin de mieux suivre les prestations journalières de certains groupes professionnels
  • la procédure d’assistance devient plus stricte pour les décisions prises par l’autorité requérante judiciaire
  • le mécanisme d’indexation annuelle est remplacé par un éventuel ajustement biennal

Ensuite, le projet prévoit une simplification et une réduction des tarifs qui s’appliquent aux traducteurs/interprètes :

  • les catégories tarifaires sont limitées de 5 à 3 pour les traducteurs et de 4 à 2 pour les interprètes
  • les tarifs sont réduits
  • seules les lignes traduites dans un formulaire sont payées
  • la notion de “temps d’attente” est limitée pour les interprètes et la prestation réalisée pendant l’avant ou l’après-midi est modifiée de “première” à “unique”

Le projet est transmis pour avis au Conseil d’Etat.

Vraag van senator Stevens (N-VA) aan minister Turtelboom

27 juli 2013 De vraag in de Senaat ging over de btw. Het antwoord is nog niet gepubliceerd maar grosso modo komt het hier op neer: de minister wil het aantal dringende interventies (sic) beperken en het ‘tarievenassortiment’ beperken (met andere woorden: de duurste talen zullen minder duur worden). Wat de btw specifiek betreft, zei de minister dat Justitie goed op de hoogte was van de invoering van de maatregel en dat ermee rekening gehouden is bij de opmaak van de begroting.

Vergadering met voorzitter van rechtbank van eerste aanleg Leuven

24 juni 2013   De vergadering heeft het volgende opgeleverd: – tolken zullen voortaan gebrieft worden vóór ze aan hun taak beginnen; – de tolken/vertalers krijgen 2 contactpersonen: Jens Timmermans (substituut) en Roger Maes (hoofdgriffier); – in het volgende gerechtelijk jaar wordt een deontologiecode ingevoerd; – wat de invoering van de btw-heffing betreft: ‘We wachten op een circulaire’.   Lextra-lingua.be vzw streeft ernaar in elk arrondissement contactpersonen bij het gerecht te verkrijgen. Daardoor kunnen individuele klachten behandeld worden en kunnen we beter een meer systematische en algemene dialoog met justitie aangaan.

Ter info

06 juni 2013   Richtlijn 2011/7/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties “Met betrekking tot handelstransacties tussen marktdeelnemers schrijft de richtlijn voor, zonder aan de contractvrijheid te raken, dat facturen betaald moeten worden binnen de 60 dagen tenzij de marktdeelnemers expliciet zijn overeengekomen anders te werk te gaan en als de andere bepalingen niet onrechtvaardig zijn ten opzichte van de schuldeiser.” (http://europa.eu/legislation_summaries/enterprise/business_environment/mi0074_nl.htm)

Ter info

06 juni 2013   Strafwetboek BEROEPSGEHEIM Art. 458. Geneesheren, heelkundigen, officieren van gezondheid, apothekers, vroedvrouwen en alle andere personen die uit hoofde van hun staat of beroep kennis dragen van geheimen die hun zijn toevertrouwd, en deze bekendmaken buiten het geval dat zij geroepen worden om in rechte (of voor een parlementaire onderzoekscommissie) getuigenis af te leggen en buiten het geval dat de wet hen verplicht die geheimen bekend te maken, worden gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van honderd [euro] tot vijfhonderd [euro].

Vergadering Lextra-lingua.be vzw – voorzitter rechtbank 1ste aanleg Leuven

12 mei 2013 Op vraag van Lextra-lingua.be vzw plegen Lextra-lingua.be vzw en de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van Leuven overleg op 17 of 24 mei 2013.

Vergadering Lextra-lingua.be vzw – BKVTF

12 mei 2013 Lextra-lingua.be vzw houdt overleg met de Belgische Kamer voor Vertalers, Tolken en Filologen op 29 mei.

Contactpersoon balie Leuven

10 mei 2013   Lextra-lingua.be vzw heeft voortaan een contactpersoon bij de balie Leuven: meester Tim Op De Beeck.

Tarieven omlaag

Uit goede bron vernemen we dat Justitie druk bezig is met plannen om de kosten te drukken. Dat houdt (onder meer) het volgende in: – alle tarieven gaan omlaag; – het (dubbele) nachttarief voor tolken gaat omlaag.   Tegelijk probeert Justitie de kosten van telefoontaps zoveel mogelijk te drukken. Bovendien plant Justitie om een gegevensbank met gerechtstolken op te stellen. Wie in de gegevensbank zit, is erkend, wie er niet in zit, niet. Tot slot zouden tolken betaald worden naargelang van hun diploma…

Nationaal tolkennummer

Het arrondissement Brussel geeft voortaan gerechtstolken een nummer. Wie geen nummer heeft, wordt niet betaald. Het nummer zou gelden voor heel België. We vernemen echter dat een aantal arrondissementen niet aan het systeem deelnemen.

Het nationaal register voor beëindigde vertalers en tolken

We zullen er allemaal mee te maken hebben. Het nationale register voor beëdigde vertalers en tolken. Het wetsvoorstel om een dergelijk register op te richten is ondertussen wet geworden. Zal de wet op korte termijn iets veranderen? Zal het register iedereen opnemen? Zal het iets veranderen aan ons werk? Allemaal vragen die LEXTRA LINGUA aan de indienster Sonja Becq (DC&V) voorlegde. De eerste evidente vraag die opkomt, is: waarom een nationaal register? Sonja Becq: “We wilden voorkomen dat zomaar iemand op een zitting tolk zou spelen omdat hij toevallig de taal spreekt. U kent het flauwe voorbeeld van de Roemeense poetsvrouw… Overigens heb ik uiteraard niks tegen Roemeense poetsvrouwen, maar de kwaliteit van het tolken is niet gewaarborgd. Zo is het idee van het register ontstaan. Ook omdat Europa dat wil.” De wet zegt: “…Uitsluitend de personen die, op beslissing van de minister van Justitie, opgenomen zijn in het nationaal register voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken, [zijn] gemachtigd de titel van beëdigd vertaler, tolk of vertaler-tolk te voeren en bevoegd om de hen bij de wet toevertrouwde vertaal- of tolkwerkzaamheden te verrichten.” Het register is dus bedoeld om het beroep te beschermen en om kwaliteit te waarborgen. De vraag die daaruit voortvloeit en waarop alle beëdigde tolken/vertalers het antwoord willen weten, is: hoe geraak je in het register? Uiteraard moet de kandidaat een zuiver strafblad hebben en zich ter beschikking van de gerechtelijke overheden stellen. Voorts moet hij of zij ten minste twee jaar relevante ervaring aantonen gedurende een periode van acht jaar vóór de aanvraag tot registratie. Die kandidaat moet bewijzen dat hij of zij “de nodige beroepsbekwaamheid en juridische kennis” heeft. En tot slot moet de kandidaat een gedragscode ondertekenen. In ruil daarvoor krijgt hij of zij een identificatienummer en een legitimatiekaart.

Twee jaar voor de uitvoering

Dat zijn veel vereisten, en een hoop vragen. We beginnen met de laatste vereiste: de gedragscode. Hij is er nog niet en de wet heeft het enkel over “de door de koning op te stellen deontologische code.” En voor de andere vereisten geldt hetzelfde verhaal. “Het voorstel is wet geworden, maar we hebben er een uitvoeringstermijn van twee jaar ingebouwd. De koning heeft twee jaar om de wet uit te voeren. We rekenen erop dat de volgende regering de uitvoeringsbesluiten zal nemen.”

De rol van de verenigingen

Sommige tolken, die vandaag goed werk leveren, vrezen niet in het register te geraken? Sonja Becq: “Ze hoeven zich geen zorgen te maken. Ze moeten twee jaar nuttige ervaring kunnen aantonen over acht jaar vóór de aanvraag om in het register opgenomen te worden. Daarnaast wordt, voor de juridische kennis, ook een getuigschrift van een erkende instelling gevraagd. Vertalers/tolken die op dit moment reeds aan het werk zijn, krijgen een overgangstermijn van 5 jaar. Wetende dat de inwerkingtreding voorzien is 2 jaar na publicatie, gaat het om een ruime overgangsperiode ….” En dan is er de vraag wie de opleidingen zal organiseren en die talen- en juridische kennis zal testen? Sonja Becq ziet een belangrijke rol weggelegd voor de verenigingen van beëdigde tolken/vertalers. Wat de gedragscode betreft: “Het zou goed zijn dat de vertegenwoordigers van die groepen proactief een voorstel doen.” Ook voor talen- en juridische kennis: “Aanvankelijk wilden we een dienst oprichten, maar we kregen te horen dat zoiets budgettair niet kon. Daarom hebben we gezegd: laten we gaan naar wat bestaat. De minister kan een opleiding erkennen. Het hoeft geen universitaire opleiding te zijn. Maar het kan. De universiteiten kunnen er een specialisatie in de tolkenopleiding van maken. En waarom geen samenwerking met de sociale tolken? Bijvoorbeeld een extra module. We wilden twee signalen uitzenden: de opleiding moet van goede kwaliteit zijn, maar ze mag de kandidaten niet afschrikken. Daarom hebben we dat open gelaten.” En de talenkennis van weinig gebruikte talen? “In die gevallen moeten we misschien een ervaren beoefenaar van die taal vragen om de talenkennis te evalueren.” Is het denkbaar dat de verenigingen een opleiding organiseren die door minister erkend wordt? Sonja Becq: “Waarom niet? Misschien kunnen de verschillende verengingen samenwerken en een programma opbouwen. Hoe dan ook, de beste oplossing zou zijn dat het gecentraliseerd gebeurt.”

Nood breekt wet

De invoering van btw voor tolkprestaties heeft het aantal beëdigde tolken zichtbaar verminderd. Het is niet ondenkbaar dat dat aantal nog zal verminderen, omdat ze geen zin hebben om een opleiding te volgen of omdat ze niet tot het register toegelaten worden. Wat gedaan als er geen “geregistreerde” tolk beschikbaar is. Het voorstel van Sonja Becq voorziet in uitzonderingen: “[…]de gerechtelijke overheid die de opdracht geeft [kan] bij een met redenen omklede beslissing een vertaler, tolk of vertaler-tolk aanwijzen die niet in het nationaal register voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken is opgenomen, in de hierna genoemde gevallen; in spoedeisende gevallen; wanneer er geen tolk, vertaler of vertaler-tolk beschikbaar is voor de betrokken taal; wanneer het nationaal register, gelet op de zeldzaamheid van de taal, geen vertaler, tolk of vertaler-tolk bevat die beschikt over de vereiste kennis van de betrokken taal.” (artikel 27)

Tarieven

Het register is niet enkel een bescherming van het beroep, het is ook een erkenning van deskundigheid. Zouden de tarieven dan ook aangepast moeten worden? De wet spreekt er niet over, maar Sonja Becq vindt: “Dit maakt geen deel uit van ons voorstel. Maar we veronderstellen dat als er kwaliteit gevraagd wordt, daar ook iets moet tegenover staan. Ik zou het niet meer dan normaal vinden dat de mensen die een opleiding gevolgd hebben en in het register opgenomen worden, een redelijke vergoeding krijgen. ….”

Schrapping

De wet is bedoeld om een nationaal register op te richten. Nationaal is geen onschuldig adjectief. Politiediensten -en andere instanties- in het hele land kunnen een beroep doen op beëdigde tolken en vertalers die in het register voorkomen. Met andere woorden, ze zijn feitelijk “beëdigd” voor alle arrondissementen of ressorts. De negatieve zijde van de medaille is dat iemand die uit het register geschrapt is, (in principe) in geen enkele rechtbank of politiedienst meer mag werken. De wet zegt dat de minister iemand tijdelijk of definitief uit het register kan schrappen als hij of zij “ontoereikende prestaties” (artikel 24) levert of “de waardigheid van de functie schaadt” (artikel 24). Die beslissing moet gemotiveerd zijn. De duur van de tijdelijke schrapping hangt van de ernst van de tekortkoming, maar mag niet langer dan één jaar zijn.

Uitvoering

De wet valt of staat bij de uitvoeringsbesluiten. Wordt de wet niet uitgevoerd, dan blijft het register dode letter. Is er geen gevaar dat de volgende regering er niet toe komt om de wet uit te voeren en bijvoorbeeld die gedragscode op te stellen? Bijvoorbeeld als de regering maar van korte duur is? “Het is mogelijk dat die regering het op de lange baan schuift, maar we zien toch dat de overheid er al mee bezig is. We volgen het in ieder geval op en als het te lang duurt, we zullen de minister wel interpelleren. En er is ook de druk van Europa die zijn richtlijn omgezet wil zien in wetgeving.”   ·LL   Lextra Lingua vzw – Diestsesteenweg 675 – 3010 Leuven – 0477/512481 – http://www.lextra-lingua.be – info@lextra-lingua.be

BTW voor iedereen

29 oktober 2012    Er doen hardnekkige geruchten de ronde dat vanaf 1 juli op tolkprestaties van gerechtstolken btw geheven moet worden. Om meer duidelijkheid te krijgen heeft Lextra-lingua.be vzw op 26 februari 2013 een mail gestuurd naar het kabinet van de minister bevoegd voor financiën.   Tot vandaag geen reactie. Ondertussen vernemen we van een aantal griffiers van rechtbanken van eerste aanleg dat zij van niets op de hoogte zijn… We hebben de mail hieronder opgenomen.   [Lextra Lingua Belgica vzw] Diestsesteenweg 675 3010 Leuven 0477512481     Geachte Mijnheer de Minister,   Lextra-lingua.be vzw verdedigt de belangen van gerechtstolken (en –vertalers). Onze leden zijn erg ongerust over de situatie van tolkprestaties bij politie/rechtbanken en meer bepaald over de invoering van btw daarbij. Ik voeg hierbij een brief van een belastinginspecteur in dat verband.   In de praktijk zou de invoering van een btw-heffing de gerechtstolken op verschillende manieren straffen. Tolken zouden btw aan de staat voorschieten doordat ze de btw (via hun btw-aangifte) zouden betalen lang voordat Justitie hun tolkprestaties zou regelen. Bovendien: gerechtstolken die op dezelfde dag eerst op een gesloten zitting van een rechtbank (bijvoorbeeld op een raadkamer) en vervolgens op een open zitting van een rechtbank (bijvoorbeeld op een zitting van een politierechtbank) tolken, zouden voor de ene prestatie niet en de andere wel btw moeten heffen. En om het nog ingewikkelder te maken: reiskosten zouden niet onderhevig zijn aan btw. Ik heb ook de indruk dat de griffiers helemaal niet voorbereid zijn op de eventuele invoering van de btw-heffing. Kortom, die situatie is onhoudbaar. Justitie zou wel eens veel tolken kunnen verliezen…   We vernemen bovendien dat er een btw-vrijstelling zou gelden beneden een bepaald inkomensplafond. Dat zou discriminerend zijn, mocht die maatregel ingevoerd worden.   Lextra vraagt duidelijkheid over die maatregel, wil weten of de brief hieronder klopt en wil betrokken worden bij een eventuele invoering ervan.     Met vriendelijke groet,   Benjamin Van Hemelryck voorzitter Lextra-lingua.be vzw

Bijlage :

Geachte XXX, Ik verwijs naar ons telefoongesprek van vorige week met betrekking tot de in rand vermelde problematiek en doe u hierbij mijn antwoord toekomen. Ik wens u er goede ontvangst van. De in deze naheffingsopgave voorkomende motivering is zonder meer correct te noemen. Het lokaal btw-controlekantoor heeft in deze terecht het toen vigerende administratieve standpunt toegepast (zie beslissing nr. E.T. 114.552 van 6 mei 2010). Tolken tijdens niet-openbare terechtzittingen en politionele verhoren valt inderdaad niet onder de btw-vrijstelling van artikel 44, § 2, 8°, van het Btw-Wetboek. In de praktijk bleek evenwel dat bij de vaststelling van de (jaarlijks vastgestelde, forfaitaire) vergoedingen voor gerechtstolken geen rekening werd gehouden met de verschuldigde btw en dat de FOD Justitie, die instaat voor de uitbetaling van deze vergoedingen, niet de mogelijkheid bood om de btw te berekenen of te vermelden op de tolkenstaten/vorderingen. Dientengevolge werd de btw-problematiek van de gerechtstolken door de centrale btw-diensten opnieuw onderzocht in samenspraak met de bevoegde instanties van de FOD Justitie. Tijdens de eerste helft van de maand maart 2013 zal met betrekking tot deze problematiek een beslissing gepubliceerd worden op Fisconetplus. Deze beslissing zal effectief uitwerking hebben op 1 juli 2013. Het nieuw administratief standpunt kan bondig toegelicht worden als volgt. Terechtzittingen, openbaar of niet, en gerechtelijke verhoren vallen niet binnen de werkingssfeer van artikel 44, § 2, 8°, van het Btw-Wetboek en op grond van deze wetsbepaling kan geen vrijstelling van btw worden verantwoord voor de simultaanvertalingen verricht door tolken tijdens deze terechtzittingen en gerechtelijke verhoren. Bijgevolg dient over deze simultaanvertalingen btw aangerekend te worden tegen het normale tarief dat thans 21 pct. bedraagt. Dit nieuw administratief standpunt geldt overigens mutatis mutandis voor het simultaan vertalen door tolken van politionele verhoren evenals voor het taptolken, d.i. het simultaan vertalen van afgetapte telefoongesprekken, die beide eveneens diensten uitmaken waarover btw dient aangerekend te worden tegen het bedoelde normale tarief. Ook terzake van laatstgenoemde diensten kan geen wettelijke grondslag voor een vrijstelling van btw worden gevonden in artikel 44, § 2, 8°, van het Btw-Wetboek en bij ontstentenis van een specifieke vrijstellingsbepaling voor gerechtstolken, kan niet anders dan besloten worden tot de belastbaarheid ervan. Aangezien er in het verleden mogelijk onduidelijkheid bestond omtrent de juiste draag- en reikwijdte van de vrijstelling bedoeld in artikel 44, § 2, 8 °, van het Btw-Wetboek, laat ik u hierbij weten dat de beslissing werd genomen dat de vordering betreffende de periode 2011-2012 die blijkt uit de hiervoor aangehaalde naheffingsopgave, mag worden prijsgegeven. Uw lokaal btw-controlekantoor wordt hierbij op de hoogte gesteld en verzocht terzake de nodige stappen te ondernemen. Gelieve er, in afwachting van de nakende publicatie van voornoemde beslissing, terdege rekening mee te houden dat u de bedoelde handelingen niet aan de btw dient te onderwerpen tot en met 30 juni 2013. Het spreekt uiteraard voor zich dat u de nieuwe administratieve onderrichtingen strikt dient toe te passen en dus de bedoelde handelingen wel aan de btw dient te onderwerpen met ingang van 1 juli 2013. Indien u terzake nog vragen heeft of bijkomende inlichtingen wenst, dan verneem ik dat graag van u. Er op vertrouwend dat de aangereikte oplossing beantwoordt aan uw verwachtingen, verblijf ik inmiddels, Met de meeste hoogachting, Inspecteur bij een fiscaal bestuur FOD Financiën 29/10/2012

VOORSTELLING van de vzw LEXTRA LINGUA BELGICA

29 oktober 2012   Op maandag 29 oktober 2012 werd Lextra Lingua Belgica door de oprichters aan geïnteresseerde collega’s gerechtstolken en -vertalers voorgesteld. Het decor van deze presentatie was de assisenzaal van het gerechtsgebouw te Leuven. Er waren een zestigtal belangstellenden op afgekomen, uit verschillende gerechtelijke arrondissementen, zoals Kortrijk, Gent, Oudenaarde, Dendermonde, Antwerpen, Turnhout, Brussel, Leuven, Hasselt en Tongeren. De oprichters van Lextra Lingua gaven een uiteenzetting van de ontstaansgeschiedenis van en de noodzaak aan dergelijke vereniging specifiek voor de beroepscategorie gerechtstolken en -vertalers. Ook de doelstellingen van de vzw op langere termijn kwamen aan bod: het uitwerken aan een lexicon van basisbegrippen strafrecht voor de belangrijkste talen, het samenstellen van een “draaiboek” voor gerechtstolken, met een overzicht van wat het beroep inhoudt en wat er allemaal bij komt kijken, als een voorbereiding en leidraad voor zowel beginnende als meer ervaren tolken. Daarnaast wil de vzw een kanaal worden om collega’s met elkaar in contact te brengen, informatie uit te wisselen, en – niet in het minst – een centraal aanspreekpunt te worden bij het verdedigen van de belangen van gerechtstolken en -vertalers. Een statuut voor onze beroepsgroep is broodnodig; het mag echter ook geen “lege doos” worden, maar een degelijk onderbouwd statuut. De presentatie werd afgerond met een vragenronde. De grootste knelpunten in de uitoefening van ons beroep bleken daarbij te zijn: een netelige belastingkwestie, moeizame en erg laattijdige betalingen van onze prestaties, het gebrek aan een deontologische code, en niet in het allerminst: het manifeste gebrek aan erkenning voor het beroep, meteen ook de oorzaak van de meeste bovenvermelde problemen. De collega’s van vzw SoVeTo (Sociaal Vertalen en Tolken Vlaanderen) waren met zowat hun voltallig bestuur aanwezig. Buiten gerechtstolken en -vertalers kwamen ook een paar docenten van gespecialiseerde tolk- en vertaleropleidingen aan het woord in de debatten. Tot slot kwam Doris Grollmann van de BKVTF – een beetje verrassend – een brief van de voorzitter van die vereniging voorlezen, met felicitaties voor de oprichting van Lextra Lingua Belgica, én de hoop op het streven naar een statuut met correcte arbeidsvoorwaarden en een leefbaar inkomen voor onze beroepsgroep. De presentatie van Lextra Lingua werd afgesloten met een receptie in het gerechtsgebouw van Leuven, waarop de aanwezigen informeel nader kennis met elkaar hebben gemaakt.